• home »
  • nieuws »
  • uitleg van video termen en uitdrukkingen
 

uitleg van video termen en uitdrukkingen

... terug

als je een camera gaat kopen of voor het eerst gaat gebruiken, kan een verkoper of een handleiding je een aardig eind op weg helpen.. of juist een eind het bos in als je niet weet wat er nou gezegd wordt. een paar dingen uitgelegd over wat nou HD, HD ready, full HD en noem maar op is..

rond de tijd van het commercieel verkrijgbaar worden van video opnamesystemen voor thuisgebruik, woedde er een verhitte strijd tussen de diverse media. VHS-C, VT100, VCR en ga zo maar door. VHS, Video2000 en betamax waren waarschijnlijk wel de bekendste. veel van de formaten stierven een langzame dood en uiteindelijk bleef voornamelijk VHS over. later, vooral omdat VHS eigenlijk een erg slechte standaard was, volgde daarop de S-VHS verbetering. Het oplossend vermogen verdubbelde bijna en dat betekende een scherper, rustiger en natuurgetrouwer beeld. daarna was het een tijdje lang rustig op het gebied van keuzemogelijkheden voor de consument. een aantal ideeen werd gelanceerd, maar haalde het niet als nieuwe standaard. fabrikanten perfectioneerden en lapten/rekten het VHS-systeem steeds verder op. laserdisc en CD-I leken hot maar de belangstelling koelde snel af.

ook op professioneel gebied stond het allemaal niet stil. Zo was er U-matic, en had Betamax een pro broertje in betacam SP en later DigiBetaSP. MII is een tijdje populair geweest en ga zo maar door.

voor de consument kwamen er met videocameras ook weer tal van formaten bij zoals digital8, DV, High8 en ook had je mini-varianten van VHS.

Al deze formaten moesten natuurlijk video vastleggen, gelukkig is in al die tijd een aantal termen wel gelijk gebleven. als je deze termen een beetje kan plaatsen, scheelt dat een hoop bij je uiteindelijke keuze voor een videocamera.

 _____________________________________________________________



 

sluitertijd

sluiter



shuttertime, shutterspeed, belichtingstijd, shutterangle, sluiterhoek

de tijd dat een enkel filmframe wordt belicht, wordt bepaald door de sluiter. als de sluiter langer open staat, vang je meer licht, maar heb je meer kans dat voordat de sluiter weer dicht gaat het te filmen object heeft bewogen. je hebt dus minder licht nodig om te filmen maar je hebt meer kans op bewegingsonscherpte.

de sluitertijd wordt uitgedrukt als een getalswaarde. als je dit getal deelt op 1 seconde, heb je de tijd dat de sluiter openstaat. een sluitertijd van 200 betekent dus dat je sluiter 1/200 seconde; is 5 miliseconde openstaat per frame.

bij de wat duurdere cameras kan je de sluitertijd ook gebruiken om deze gelijk te zetten [syncen] aan de verversing van tv's of monitoren die in beeld zichtbaar zijn. zo voorkom je de verticaal bewegende lijnen die je zo vaak ziet bij het filmen van deze bronnen.

filmcamera's zijn vaak voorzien van een graden aanduiding om aan te geven hoe de shutter staat ingesteld.

na de standardisatie van shuttersnelheden en sluitertijden, betekende het verhogen van 1 stap bij de sluitersnelheid en het verlagen van 1 stap van het diafragma [bijvoorbeeld f 1.4 naar F 2.8 in combinatie met een sluitertijdverandering van 60 naar 30] dat de film evenveel exposure/belichting had. op die manier kan je dus een evenredig belichte foto krijgen met een verschillende bewegingsonscherpte dan wel een andere scherptediepte

de term shutterangle dan wel sluiterhoek heeft te maken met hoe een shutter in een filmcamera werkt. in een filmcamera is de shutter feitelijk een schijf die ronddraait met daarin een [variabele] opening in 1 helft. terwijl de opening voorbij komt, wordt de film belicht, terwijl het gesloten deel voorbij komt, wordt het volgende frame klaargezet middels het filmtransport.

als de helft van het wiel open is en de andere helft niet, is 180 graden van het wiel [1/2 * 360 graden, 360 graden is een volledige circel] geopend. vandaar de aanduiding in graden.

bij het belichten van een bioscoopfilm in een camera, is de shutterspeed een vast gegeven. in Amerika gaan we even uit van 24 frames per seconde en in Europa: 25 frames per seconde. zoveel omwentelingen per seconde moet je shutter dus maken om het volledige proces van belichten en transporteren van alle benodigde frames voor 1 seconde film te voltooien.

de sluitertijd wordt bij een 180 graden shutter dan dus bepaald als volgt:

sluitertijd =  1/[2*aantal frames per seconde]


de belichtingsrijd in seconde is dan:

belichtingstijd = sluiterhoek [in graden]/[360 * aantal frames per seconde]


waaruit we weer kunnen concluderen dat de standaard belichtingstijd van een filmframe 1/50 ste van een seconde is oftewel de standaard sluitertijd is 50 [wat weer neer komt op 50 maal per seconde open en dicht]

om dus niet vervelend uit te komen met lichteffecten of interferentie van hoogfrequente lichtbronnen, moet je dus erg uitkijken dat je op een digitale camera je [vrij te kiezen] shutterspeed niet lijdt tot rare stroboscopische effecten. artifacten waarbij bijvoorbeeld door de manier van het uitlezen van de digitale sensor, de helft van het beeld wel een flits van het fototoestel heeft en de andere helft niet.

 

meer informatie

_____________________________________________________________

 

diafragma

diafragma

 

iris, irisdiafragma, arperture, f-nummer, T-nummer, T-waarde

in een standaardlens of een verwisselbare lens zit bijna altijd een kunstig mechaniek dat de hoeveelheid licht reguleert die door een lens op de sensor/film valt. dit mechaniek bestaat uit een aantal bladen die samen een lichtdoorlatende circel met variabele diameter vormen.

een kleiner diafragma betekent dat er minder licht door de lens valt; maar omdat je circel minder groot is; benader je ook steeds meer een punt, waardoor je uiteindelijk over een grotere diepte gerekend vanaf je lens een scherp beeld hebt. dit fenomeen heet scherpte diepte.

omgekeerd kan je je diafragma ook helemaal openzetten en heb je dus zoveel mogelijk licht op je sensor/film. je scherptediepte is dan alleen relatief erg klein.

een bij filmlenzen voorkomende schaal is ook de T-waarde. waar de f-waarde een aan de openingshoek van de lens gerelateerde waarde is, is de T waarde een absolute indicatie van lichtsterkheid van de lens. vaak ligt de T-waarde dan ook hoger dan de laagste f-waarde van een lens.

 

meer informatie

_____________________________________________________________

  

witbalans

witbalans

 

white-balance, kleurtemperatuur

een menselijk oog ziet kleuren op een heel specifieke manier. de gevoeligheden voor bepaalde delen van het spectrum zijn hoger dan voor andere delen. gelukkig weten we vrij goed te compenseren en kunnen we op die manier ook bij kaarslicht nog met enige zekerheid vaststellen wat voor kleur iets heeft.

een camerasensor heeft het daar wat moeilijker mee. zo kunnen er bijvoorbeeld diverse sensoren van huis uit 'infrarood' zien. licht van een golflengte die groter is dan we normaal kunnen zien. het licht dat tegen infrarood aanzit zien wij als een rode gloed en we voelen de warmte.

om al te veel beinvloeding op de belichting van je sensor door het aanwezige  infrarood te voorkomen, zit er een filter voor je sensor. maar daarmee los je nog niet alle verschillen tussen een oog en een sensor op.

daarom is het belangrijk om voordat je gaat filmen aan je camera te vertellen wat onder de huidige filmomstandigheden 'wit' is. je doet dit door in te zoomen enscherp te stellen op een wit vlak [bijvoorbeeld een a4-blaadje] onder het licht dat je gebruikt voor de opname. je drukt dan op het knopje automatic-white-balance [awb] en je zult dan zien dat binnen de mogelijkheden van de camera het vlak nu wit is.

je kunt hier dus ook mee spelen omdat je de camera kunt instellen op zonlicht [door buiten in de zon de camera te witten] en dan bijvoorbeeld bij 'kaarslicht' te filmen. het is dus een electronische kleur[temperatuur] compensatie.

Omdat de kleurkarakteristiek van licht wordt bepaald door het licht te vergelijken met het uittredende licht een zwart object [black body] dat verhit wordt, wordt dit ook wel kleurtemperatuur genoemd. deze kleurtemperatuur wordt daarom uitgedrukt in graden Kelvin. dit is de reden dat je voor zonlicht bij je camera een stand van bijvoorbeeld 5500 K ziet staan.

het spectrum van een lamp met een kleurtemperatuur van 3200 K, is dus theoretisch gelijk aan het spectrum dat een tot 3200 K verhitte black body. ware het niet dat vooral gasontladingslampen een beperking hebben in spectrumweergave. door het principe waarmee een gasontladingslamp zichtbaar licht produceert [vaak met fosforiserende stoffen die de UV straling die ontstaat bij de electronenval omzetten in zichtbaar licht waarbij een aantal typen fosforiserende stoffen met een specifiek eigen spectrum worden gemengd om een zo goed mogelijk op zonlcht lijkend spectrum te genereren] wordt bij TL en PL en dergelijke lampen ook vaak nog een waarde gegeven voor de kleurechtheid. een TL met de kleur 932, heeft een kleurechtheid van 90% [dat is bijzonder hoog] en een kleurtemperatuur van 3200K. de eerste 9 uit het getal vermenigvuldigd met 10, levert de kleurindex op en de laatste twee cijfers van het getal vermenigvuldigd met 100, levert de kleurtemperatuur in graden Kelvin op.

_____________________________________________________________
  

gain

 

 

gain

gain betekent zoveel als: winst. ten opzichte van de binnenkomende hoeveelheid licht ga je winst proberen te maken. wat bij digitale camera's inhoudt dat je de electronica gaat verplichten om op een gevoeligere stand te werken waarbij bijna altijd gebruik gemaakt wordt van versterking.

omdat er bij het vertalen van de informatie door de sensor ook ruis optreedt, wordt ook deze ruis versterkt. daarom zie je als je met je gain boven de 0dB [gain wordt uigedrukt in een factor in een logaritmische schaal waarbij je voor elke 3 dB grofweg een verdubbeling van de gebruikte versterking mag rekenen] uitkomt, de ruis ook steeds verder toeneemt.

_____________________________________________________________
  

iso


iso800

 

din, asa, lichtgevoeligheid

vroeger voor het digitale tijdperk werd de gevoeligheid van een film in DIN/ASA uitgedrukt.

tegenwoordig spreken we in ISO, ook voor digitale sensoren.

overwegend was een hogere ASA een hogere gevoeligheid. om dat te bereiken werd vroeger de korrelgrote aangepast. hoe groter de korrel, hoe minder detail, maar hoe meer lichtgevoeligheid.

tegenwoordig kan je vaak aan een knopje draaien en zodoende de DIN/ASA [dus feitelijk de ISO-waarde]aanpassen. in werkelijkheid ben je dan vaak eigenlijk de gain aan het aanpassen.

wat je nog wel veel ziet is dat als je de iso-waarde opschroeft, het detail [voornamelijk door ruis] afneemt.

_____________________________________________________________
  

zebra

 

zebra

 

 

 

metering, overbelichtingsmetering

net als dat je niet tegen de zon in moet kijken omdat je dan witte vlekken gaat zien, heeft een camera ook maar een beperkte mogelijkheid [dynamisch bereik] om licht vast te leggen.

als er te weinig licht is; zie je niks [zwart] ; als er teveel licht is zie je ook niets.. tenminste.. je ziet alleen maar wit. je iris, je gain en je sluitersnelheid zorgen al voor een aanpasbare hoeveelheid te gebruiken licht maar je zal toch op de een of andere manier willen zien wat er nou wel en wat er nou niet overbelicht is.

want zo noemen we het als er te veel licht op een object staat en je tijdens het filmen dus geen details meer kan zien omdat alles even wit is. met de optie zebra, laat je de camera gebieden aangeven waarbinnen of waarbuiten de belichting niet klopt.

de instellingen zijn per camera anders, maar de functie is erg prettig als je op een klein schermpje of via de viewfinder moet zien of iets goed belicht is.

 

 

_____________________________________________________________
  

focus

 

focus

 

AF, MF, AI focus, scherpstelling

in de beginperiode van de fotografie mocht je blij zijn als je handmatig scherp kon stellen in plaats van de camera of het object te verplaatse. daarna werd het vanzelfsprekend.

zodoende ontstond op gegeven moment ook automatische focus. vanzelf werd met de groei van de technologie ook het door de camera scherp laten stellen van het objectief op een object steeds sneller en beter [het zo geheten Auto focus of AF].

veel van de betere cameras bieden gelukkig nog steeds manuele focus [MF] wat betekent dat je niet aan de willekeur van een electronisch mechanisme bent overgelaten maar je heel bewust kunt spelen met waar je op welk moment op scherpstelt.

bij het filmen met echte film en grotere digitale producties voor reclame en film, is er dan ook vaak iemand die zich daar volledig op concentreert: de focuspuller. tesamen met je iris-instelling kan je daarmee je depth of field bepalen en on the fly wijzigen: het gebied voor de lens van je camera waarbinnen opbjecten scherp zijn.

om scherp te kunnen stellen is het belangrijk om de afstand tot je object precies te weten. op de betere lenzen is vaak bij elke diafragmastand een gebiedje aangegeven waarbinnen de lens scherp is. in feite geeft de lens een uitlezing van zijn depth of field gebied. 

daarnaast hebben vrijwel alle MF prime [vaste brandpunts] lenzen een schaal waarop je kan uitlezen op welke afstand de lens absoluut scherp is bij het maximale diafragma [en dus kleinste scherptediepte].

de focuspuller gaat daartoe in de weer met een meetlint om op te meten hoever iemand verwijderd is van het gebied waarop de lens scherpstelt [de image pane, het beeldveld, het vlak waarin de sensor ligt]. dat is ook de afstand waarmee is gerekend bij het uitzetten van de schaal die op de lens staat voor het scherpstellen.

door een aantal posities op te meten en te markeren, kan de focuspuller daarna dus tijdens het filmen van de scene de focus op de juiste momenten blijven verleggen naar de juiste punten/objecten/mensen.

hoe groter je sensor of beeldoppervlakte is [grootbeeld fototoestellen biijvoorbeeld] hoe makkelijker je een beperking krijgt in je depth of field [shallow depth of field] dit is van toepassing bij een veel gebruikt effect waarbij bijvoorbeeld de achtergrond onscherp is en de spreker wel scherp].

dit levert wel een uitdaging op voor je focuspuller omdat de kans dat je er net naast zit ook groter wordt omdat je focus maar over een hele beperkte diepte ligt en een heel klein beetje te ver draaien al kan leiden tot een onbruikbaar shot. dit ga je vooral zien bij cinema formaten zoals 2k, 3k en 4k. 

 

meer informatie

_____________________________________________________________
  
 focus assist

vanwege de toenemende vraag naar hogere resolutie, nemen de mogelijkheden van HD [high definition] filmen steeds meer toe. van 720i/p naar 1080 i/p en het aantal pixels per beeld/frame stijgt daardoor exponentieel.

natuurlijk wil je goed kunnen zien wat je nou daadwerkelijk filmt en waar je op scherp stelt. daar komt het addertje onder het gras tevoorschijn. de viewfinders en lcd's op veel camera's hebben niet dezelfde resolutie als de opgenomen beeldkwaliteit. wat dus resulteert in het feit dat je nooit de 'actual' pixels ziet die je aan het opnemen. hierdoor kan je dus theoretisch én in de praktijk vaak niet goed zien waar je op scherpstelt en of je sowieso scherpte hebt.

om dat op te lossen, heeft een toenemend aantal camera's de mogelijkheid tot focus-assist. doormiddel van druk op een knop; verschijnt in een gedeelte van de lcd een uitsnede met daarin in werkelijk formaat het center van je beeld. je kan dus nu pixel voor pixel zien waar je op scherpstelt. handig om mee te filmen als je geen externe monitor hebt of die niet kan gebruiken door de omstandigheden van het filmen.

een andere vorm van focus-assist; highlight de gebieden die scherp zijn. net zoals het zebra-idee waarbij overbelichte gebieden duidelijk gemaakt kunnen worden.  

_____________________________________________________________

  

long play

 

VCR

 

LP, LQ, SP, HQ, SHQ

eigenlijk een functie die je niet wilt gebruiken. bekend geworden van VHS is longplay een functie die kwaliteit opoffert voor kwantiteit. je kan meer opnemen op het zelfde bandje wat inhoudt dat er zwaarder wordt gecomprimeerd met dus meer kans op onvolkomenheden en artifacting [bijvoorbeeld rare blokkerige beeldpatronen].

let er ook op dat naast je kwaliteitsverlies het hele concept LP niet is gestandaardiseerd. het tape'je uit jouw camera zou wel eens niet kunnen afspelen in die van een ander. gebruik daarom altijd de gewone modus [standard play, SP] of als dat mogelijk is en je niet bang hoeft te zijn voor compabiliteit: de highQuality [HQ, SHQ], hoge kwaliteits of gewoon de beste kwaliteit die je camera kan schieten.

en anders weer terug naar het stenen tijdperk met VHS en VCR.

 

meer informatie

_____________________________________________________________
  

firewire

 

firewire

 

IEEE 1394, IEEE 1394b, iLink

firewire is een protocol dat heel snel data over kan zetten tussen 2 apparaten. het maakt gebruik van een highspeed seriele verbinding en wordt veel gebruikt om video van een camera over te zetten op een computer.

tenzij je op geheugenkaarten schiet of wil investeren in een dure losse player, is het altijd aan te raden om een firewire aansluiting op je camera te hebben waarmee je zowel kan afspelen naar de computer als opnemen vanaf je computer.

firewire speelt een belangrijke rol bij een DTE [direct to edit] opzet, waarbij je direct na het filmen je camera in kan pluggen en je materiaal direct zonder kopieeren kan bewerken.

als je camera dit toestaat, kan je op deze manier ook je materiaal sneller dan realtime [de tijdsduur van je filmpje] overzetten naar harddisk. een standaard DV of tapegebaseerde camera maakt dit in bijna alle gevallen onmogelijk.

hoewel USB2.0 in feite net zo goed zou moeten scoren als firewire, is vanaf het begin het merendeel van de camera's alleen voorzien van een firewireaansluiting. USB is nu wel steeds meer in opkomst maar dan meer als service-bus. een aansluiting die gebruikt wordt om de camera te testen en bijvoorbeeld wijzigingen in de besturingssoftware [firmware] te doen.

meer informatie

_____________________________________________________________
 

HD

 

HD ready

 

High definition, HD ready, Full HD, 1080p, 1080i, 720p, 720i

High Definition. is de opvolger van de Standard Definition [SD:720*576 pixels] norm waarbij een PAL [Phase Alternating Line: de nederlandse uitzendnorm voor TVbeelden] beeld klaar werd gestoomd voor de toekomst. de diverse gangbare formaten HD zijn 720i/720p [1280*720 pixels] en 1080i/1080p [1920*1080 pixels].

HD ready wil zoveel inhouden dat de 720i/p norm wordt ondersteund [je kan alle pixels laten zien zonder te hoeven schalen] en dat je 1080 i/p moet kunnen downscalen en dus ook afspelen maar niet 1:1 op beeld hoeft te brengen.

Full HD moet dus juist wel een volledig 1080 i/p beeld pixel voor pixel kunnen weergeven

de HD norm voorziet verder in eisen over DRM [digital rights managment] doormiddel van DHCP.

let er op dat tot op heden een goede SD camera met gemak betere beelden kan leveren dan een slechte HD camera.

bepaal dus van te voren je eisen en reken er op dat HD vaak nog een dure aangelegenheid is met nog relatief weinig afzetmarkt. het mag echter duidelijk zijn dat er in de toekomst geen tot weinig markt meer zal zijn voor SD.

in de filmwereld werd tot een tijdje geleden voor het digitaal inlezen van 35mm films vaak de 2k norm aangehouden. daarbij worden frames in een resolutie van 2048 * 1080 [afspeelresolutie van de digitale cinemaprojectoren] gescanned en eventueel met een laser-belichter weer teruggeschreven op film. 4k opnames zijn tegenwoordig al wat gebruikelijker omdat 2k toch nog te makkelijk zichtbaar is op een grootscherm als zijnde digitaal. bij een 4k opname worden frames van 4096*2160 pixels geschoten. uitgaande van het feit dat zowel de horizontale als de verticale resolutie verdubbelt, wordt er dus 4 maal zoveel informatie opgeslagen in absoluut aantal pixels.

meer informatie

_____________________________________________________________
  

zoom

 

zoomlens

 

zoomlens, zoomobjectief, digitale zoom, digital zoom

meervoudig samengestelde lens-systemen bieden de mogelijkheid om de uitsnijding van het kader te beinvloeden door het object optisch dichter bij de sensor te halen. we noemen dit inzoomen.

omgekeerd kan je die afstand optisch vergroten, wat we uitzoomen noemen.

omdat de karakteristieken van een lens tijdens het zoomen kan veranderen, kan het in- en uitzoomen betekenen dat je meer of minder licht nodig hebt om je object goed in beeld te krijgen.

bij hele dure objectieven wordt dit ondervangen, deze objecten zijn dan over de hele range even lichtsterk. als je camera het toestaat om lenzen te wisselen [bijvoorbeeld de ENG cameras en de XL-h1 van Canon], dan is de keuze van je lens en het investeren in goed 'glas' erg belangrijk.

gebruik nooit digitale zoom. ga dan liever op een andere plek staan of laat het object naderen. je kan een dergelijk effect altijd nog toepassen in de post-productie maar niet meer ongedaan maken.

omdat er tijdens het zoomen nogal wat elementen in de iens [feitelijk bestaat een zoomlens zoals eerder genoemd uit een aantal lenzen achter elkaar die ten opzichte van elkaar bewegen] verplaatsen, is het mogelijk dat er niet bij elke positie van de lens met de zelfde diafragma opening kan worden geschoten. je ziet dan op de lens naast het zoombereik in 2 waardes [bijvoorbeeld 18-50mm waarbij 18 de grootse openingshoek en 50 het grootste telebereik weergeeft en daarmee de kleinste openingshoek] ook het diafragmabereik in 2 waardes bijvoorbeeld f1.4-5.6 waarbij in de extreemste zoomwaardes bij dit voorbeeld bij 28mm de maximale diafragma opening 1.4 is en bij 50mm 5.6. dit is een extreem voorbeeld omdat normaal het verschil vaak kleiner is.

er bestaan ook zoomlenzen die over het hele bereik de zelfde f-waarde hebben. dit zijn veelal de professionel foto- en filmlenzen en dat merk je ook aan de prijs. 

 

meer informatie

_____________________________________________________________
  

framerate

 

frames

 

time-lapse, slow-motion, highspeed

heel simpel gezegd is frame rate het aantal beelden per seconde dat opgenomen/vastgelegd wordt. standaard staat dit op 25 beelden per seconde als je uitgaat van de normering van tv-beelden in nederland.

als je leuke dingen wilt gaan doen met slowmotion dan is het prettig om meer frames per seconde te gaan schieten. dit wordt niet echt door veel cameras ondersteund.

bij 50 frames per seconde heb je dan een slowmotion van 50% van de werkelijkheid.

versnelde weergave van de werkelijkheid zoals bij een time-lapse [tijds-sprong] video kunnen veel cameras dan weer wel.

ze slaan dan in plaats van 25 beelden per seconde maar 12 beelden op. je hebt dan grofweg een versnelling van 100% [dit zou natuurlijk pas echt het geval zijn bij 12,5 beeld per seconde].

veel mensen kennen wel het voorbeeld van het versneld groeien, bloeien, vrucht vormen en afsterven van planten. dit soort opnames zit dan eerder in de buurt van 25 frames per uur dan 25 frames per seconde.

 

meer informatie

_____________________________________________________________
  

tijdcode

 

klapper

 

smtpe, timecode, klok, sync, external sync

om aan te kunnen geven waar je bent in een boek; hebben we het paginanummer. op de pagina kan je een regelnummer kiezen en binnen de regel nog een woord of een letter.

bij video is daar ook wat op verzonnen. de positie van een frame wordt aangegeven met een tijdcode. deze wordt weergegeven als: hh:mm:ss:ff waarbij

  • hh staat voor het aantal uren in de opname,
  • mm staat voor het aantal minuten
  • ss voor het aatal secondes
  • ff voor het aantal frames

deze tijdcode wordt gegenereerd door de camera of door een externe bron. deze externe bron kan een andere videocamera/recorder zijn of de geluidsrecorder.

in een studiosituatie is er een specifiek apparaat voor. deze masterclock niets anders doet dan absoluut vertellen 'hoe laat' het in het universum van de op de klok aangesloten apparaten is.

een externe sync ingang gebruikt dan dus het video of tijdcode signaal van een ander apparaat om te zorgen dat beide apparaten gelijk lopen en je dus makkelijk kan overschakelen van de ene naar de andere bron zonder sprongen.

als alle opname apparatuur dus op zo'n manier synchroon loopt, kan je in je NLE [non lineair editing] software al je video en audiosporen gemakkelijk gelijk aan elkaar leggen.

het is ook mogelijk deze tijdcode als geluidssignaal op te nemen op een audiospoor van je camera. op die manier kan je met een omweg alsnog je opname synchroon krijgen als je geen externe klok ingang hebt.

de klapper [dat bordje wat ze dichtklappen bij het begin van een shot] werd/wordt gebruikt om audio en video sync te leggen. het exacte moment van dichtklappen levert een klap op die dus op het audiospoor staat. je kan dus een visueel/audio signaal tegelijk = sync genereren en aan de hand daarvan later de beide signalen weer precies synchroon krijgen.

je kan natuurlijk ook goedkoper te werk gaan door zelf in beeld te klappen of iets te doen wat tegelijkertijd een visueel en een audio-signaal afgeeft zodat je de beide signalen weer synchroon kan leggen.

 

meer informatie

_____________________________________________________________
  

spotlight

nightshot infrarood

 

belichtingsprogramma's, backlight, tegenlicht, nightshot, nachtzicht, infrarood

In het donker passen je ogen zich automatisch aan. je irrisen gaan open staan en je hersenen compenseren zo goed als mogelijk voor het ontbreken van informatie. je ziet letterlijk soms dingen die je niet ziet.

een camera moet soms een handje geholpen worden. zo weet een camera niet om te gaan met te grote contrastverschillen en bijvoorbeeld tegenlicht. waar je ogen zich aanpassen doordat je je oogleden samenknijpt en je iris zich verkleint; kan je camera vaak niet zelf inschatten wat je wil.

daarom zitten er een aantal knopjes of menukeuzes waarmee je in specifieke situaties de camera kan vertellen wat je nu van 'm verwacht.

bijna altijd zit er een optie spotlight bij. hierbij vertel je de camera dat hij geen moeite hoeft te doen om een gemiddelde verlichting over het hele frame-oppervlakte te verwachten danwel te proberen te maken. zodoende kan iemand in een spotje tegen een donker achtergrond wel goed zichtbaar zijn zonder dat er een hoop contrast verloren gaat.

de tegengestelde optie heet dan backlight. als je tegen een licht vlak aan staat, dan kan het zo zijn dat de camera moeite heeft om details van het object voor het lichte vlak zichtbaar te maken. als je nu vertelt dat de sensor niet over het hele beeldvlak zoveel licht kan verwachten, zal de camera met het backlight-programma in een aantal situaties de persoon voor het vlak toch zichtbaar kunnen maken. i.e. meer dan een silhouet.

nightshot: een aantal camera's maakt gebruik van de gevoeligheid van de sensor voor infrarood. Als het voor ons oog donker is; geven alle objecten in meer of mindere mate warmte [infra-rood-straling] af of weerkaatsen ze die. de camera zet bij nighshot de filters die normaal juist beschermen tegen het oppikken van ir uit. zodoende krijg je een beetje een monochroom [vaak groenig] beeld van de omgeving. je mist een hoop kleurinformatie maar je kan wel zien wat er gebeurd. bepaalde camera's kunnen bij heel weinig licht toch nog kleurinformatie waarnemen. dit heet dan in sommige gevallen super-nightshot

 

meer informatie

_____________________________________________________________

  

steadyshot

 

steadyshot

steadicam, steadishot, steady-cam, steady-shot, motion compensation

om filmisch te kunnen verhalen, wordt er bij veel shots een beweging van de camera gebruikt. zo kan je om de te filmen objecten heen draaien, kan je er langs rijden of lopen, kan je vanboven naar beneden bewegen.naast de met een statief gebruikelijk pan [horizontaal] en tilt [verticaal] bewegingen, kan je het statief ook op een dolly zetten. een karretje waarmee je over een vlakke ondergrond kan rijden. als de ondergrond niet vlak is; zal je eerst een volledig uitgelijnde rails [track] moeten leggen waarover je dan soepel kan rijden.

heb je die luxe niet en moet je uit de hand filmen, dan mag je wel heel erg vaste handen en stabiele loop hebben om te voorkomen dat de kijkers misselijk worden van de ongewenste camerabewegingen. professioneel is er nog een optie; namelijk met een steadicam rig. een harnas met allerhande compensatie, vering en demping waarmee met een hoop oefenen ontzettend mooie bewegende opnames te maken zijn. helaas zijn de kosten van dit soort apparaten nog al hoog, alhoewel er op internet genoeg do-it-yourself ontwerpen rondzwerven.

gelukkig kan je door de lenzen in een olieachtige oplossing te hangen ook een hoop bewegingen opvangen. dit wordt optische stabilisatie genoemd of ook wel steadyshot. daarnaast kan het ook zo zijn dat de processor in je camera digitaal compenseert voor de bewegingen. deze digitale stabilisatie is vaak wel minder mooi dan de optische.

 

meer informatie

_____________________________________________________________

  

licht

 

 

filmspot

belichting, lighting, uitlichten, belichten

licht beïnvloedt de manier waarop je je onderwerp ziet, het beïnvloedt het gevoel van de kijker en kan daarmee sturend zijn om aandacht, nadruk en emotie te bepalen.

door bijvoorbeeld een object relatief veel of ander licht te geven, richt je hier de aandacht op.

er moet niet alleen worden stilgestaan bij de plaatsing van lampen, maar ook het soort lichten op welke manier dat gebruikt wordt.

  • direct of indirect licht: indirect licht krijg je als je een lamp niet direct op een object laat schijnen maar bijvoorbeeld via een bounce of heel simpel een muur of plafond,
  • dimmers: intensiteit van het licht bepalen en daarmee ook de kleurtemperatuur,
  • filters: het kleuren van licht doormiddel van kunstof of glazen filters of bijvoorbeeld door je armaturen achter een glas in lood raam te plaatsen
  • het afschermen van licht: weghouden van licht op plekken waar je geen licht wilt hebben doormiddel van bijvoorbeeld flags of een gordijn
  • maskers: maskeren een lichtbron door selectief licht tegen te houden. gobo's en bijvoorbeeld luxaflex zijn een manier om licht te maskeren.
  • glimmers
  • soorten licht waarbij de natuurlijke soorten als maanlicht en zonlicht, maar ook niet natuurlijke bronnen zoals tv -schijnsel, lasbogen, open vuur en koplampen in meer of mindere mate effectief gebruikt kunnen worden alslichtbronnen. elk licht heeft zijn eigen karakteristieken en kan je helpen met het vertellen van jouw verhaal op jouw manier.

Bij het gebruik van licht wordt er gekeken naar:

  • lichtintensiteit, vanwege het effect op exposure oftewel belichting
  • hard en zacht licht.
    hard licht geeft harde duidelijk zichtbare schaduwen en is meestal te bereiken door licht niet difuus te maken [i.e. geen filtering/softening te plaatsen tussen de lamp en het object] of door specifieke lenzen/lenzensystemen te gebruiken [plano convex, profiel].
    zacht licht [difuus licht] bereik je door te reflecteren of ongelijk oppervlaktes, door te filteren met difuse filters [bijvoorbeeld frosted of gezandtstraalde filters] of te werken met specifieke lenzen als fresnell. in feite bestaat dit licht uit niet evenwijdige lichtstralen.
  • contrast het verschil tussen de lichtste en donkerste plekken op je set.
  • direction, richting van je licht. in een kamer met alleen maar een peertje aan het plafond kan het heel vervreemdend werken als het licht niet van boven lijkt te komen. verschillende richtingen zijn: front [van voren], top [van boven], zij [van de zijkant, tegen [van achter], voet [vanaf de grond] en combinaties daarvan. erg leuk om eens mee te gaan spelen als je de kans hebt.
  • kleurtemperatuur, kelvinwaarde: zie whitebalance
  • beam, hoe gespreid [breed] of juist gespot [smal] de bundel is kan een gevoel van vrijheid, openheid of juist eenzaamheid opwekken bij de kijker.
  • shape, het licht kan ook nog vormen hebben. denk aan een lichtbundel die door een jaloezie heen valt of door een sleutelgat.

er zijn ook combinaties mogelijk van verschillende soorten licht en lichtbronnen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan driepunts of vierpunts uitlichting met de

  1. keylight/hoofdlichtrichting. de lichtrichting die je naar de kijker wilt laten voorkomen als de belangrijkste/enige lichtrichting.
  2. fill in/invullicht om overmatig contrast te voorkomen
  3. backlight/tegenlicht om de drie-dimensionaliteit van een object te benadrukken
  4. background/achtergrond waarmee je een object los kan laten komen van de achtergrond

 

meer informatie

_____________________________________________________________

  

av in/out

 

 

scart connector

tv-out. analog out, videouitgang

bijna alle digitale camera's hebben de mogelijkheid om ze direct op de tv aan te sluiten. dit gebeurt vaak met een speciale 'breakout' kabel. een kabel waar aan de ene kant 1 stekkertje zit en aan de andere kant meerdere. die breekt zeg maar de signalen op in video en audio zodat er aan de tv-kant aparte aansluitingen zijn voor audio en video en je aan de camerakant maar 1 kabeltje hoeft los te maken om weer helemaal vrijelijk te kunnen filmen.

je kan op deze manier ook je geschoten materiaal terugkijken door de camera in de vcr-mode te gebruiken. je speelt dan gewoon af als ware je camera een videorecorder.

duurdere camera's hebben ook een analoge video-ingang waarmee je de camera ook echt kan gebruiken als een videorecorder dan wel een analoog naar digitaal converter [ook wel AD-comverteror of AD-omzetter]. die kan je dan gebruiken om via je camera naar firewire naar je computer te gaan. daarmee kan je oude videobanden digitaliseren

naast composiet [het bekende gele tulp-plugje] hebben camera's soms ook s-video of component uitgangen. dit kan zeker bij HD-opnames een grote kwaliteitsverbetering betekenen bij het afspelen danwel presenteren.

je kan daarnaast ook een extra monitor aansluiten tijdens het filmen om zo meer mensen [bijvoorbeeld belichters, regisseurs e.d.] mee te laten kijken. of je camera gebruiken als DA-convertor [Digitaal naar Analoog] om een presentatie van je laptop op een grote tv te laten zien. let er wel op dat de resolutie van SD slechter is dan die van een doorsnee resolutie die gebruikt wordt voor een desktop

 

_____________________________________________________________

  

digitale effecten

 

 

effect

 

sepia, black and white, zwartwit, monochrome, strobe, pixelate, etc

toeters en bellen! omdat er veel wordt gedaan aan films voordat ze de bioscoop bereiken, heb je op veel camera's de mogelijkheid om digitale effecten toe te passen. nu zijn dit eigenlijk automatisch digitale effecten omdat alle aanpassingen pas gebeuren nadat het signaal omgezet is naar digitaal.

normaal gebeurt dit allemaal post-production; i.e. nadat het gefilmd is. dit past namelijk helemaal in het straatje van non-destructive editing; alle wijzigingen zijn ten opzichte van het origineel dat bewaard blijft.

voor het snelle succes kan je kiezen om het gelijk bij het filmen te doen. het nadeel is dat je het niet meer kan terugdraaien. als je de tijd hebt, kan je dus beter geen gebruik maken van de effecten van je camera maar het na afloop doen op je computer. je hebt dan vaak ook nog meer controle over de instellingen [parameters] van het effect.

natuurlijk kan je al wel bewuste keuzes maken die het toepassen van het specifieke effect vergemakkelijken. extra contrast in je opname, achtergronden die egaal gekleurd zijn etc.

 

_____________________________________________________________

  
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    

fout gevonden, iets toe te voegen? mail ons even! dank je wel. wil je informatie uit dit stuk gebruiken wees dan zo vriendelijke een linkje op te nemen naar deze pagina in plaats van copy-paste.

 

  Invite-AV - Advies over en verhuur van beamers, hd camera's en audio apparatuur.
   Phoenixstraat 56   2611 AM Delft   tel 06.17140481   fax 015.21127631   info@invite-av.nl